Bredaseweg 546, Tilburg
Inleiding
Het BUITENHUIS werd in 1884, deels in Eclectische stijl gebouwd. Het bestaat uit een langgevelboerderij met aan de voorzijde een vijfzijdige uitbouw, die een relatie vertoont met de parkaanleg en de voor het buitenverblijf gegraven vijver, waarin het hoger gelegen buitenhuis zich spiegelt. In 1942 werd een extra schoorsteen geplaatst. In 1979 volgde een verbouwing waarbij de opkamer verloren ging en de kelder werd gewijzigd. De voormalige inpandige stal werd gewijzigd in onder andere een douche en zit-slaapkamer.
Omschrijving
Geheel gepleisterde eenlaagse boerderij onder zadeldak met oud-Hollandse pannen gedekt. Tegen de voorzijde van het huis een vijfzijdig uitgebouwde koepelkamer onder zeszijdig schilddak, gedekt met geschubde leien en bekroond door twee pirons. Het gehele buitenhuis heeft een zwarte plint. De vensters zijn, tenzij anders vermeld, voorzien van hardstenen dorpels. De vijfzijdige koepelkamer heeft aan de voorzijde een gedeelde beglaasde deur met gekoppelde vensters en voorzien van een driedelig bovenlicht. De onderzijde van de vensters en deuren zijn, evenals de bovenlichten voorzien van panelen. De entree gaat schuil onder een forse luifel, gedragen door gietijzeren kolommen met basement en floraal kapiteel waaraan gesmede voluten. De luifel bestaat uit een afgeplat schilddak gedekt met lozengeleien en voorzien van een gietijzeren sierrand met acroteria-motieven. De luifel heeft een ziende kap. Het zo onstane bordes is middels een met bakstenen gemetselde trap toegankelijk. De trap is voorzien van een smeedijzeren, deels gietijzeren balustrade die aansluit op de kolommen. Het bordes is betegeld met keramische tegels. In de zijgevels een T-venster, de bovenlichten gedicht met panelen. Het dichten van de vensters is het gevolg van een verlaagd plafond in de uitbouw. De vensters en de entree zijn omgeven door een gestucte lijst met kuif, bij de entree in de vorm van een leeuwenkop. De uitbouw is voorzien van een gestucte architraaf en een bakgoot met geprofileerde rand. Op de goot is een smeedijzeren hekwerk geplaatst. Centraal op het dak een dakkapel onder zadeldak, dak en zijden gedekt met lozengeleien. De dakkapel heeft een getoogd T-venster onder fronton en is voorzien van klauwstukken. Tenslotte kan nog worden opgemerkt dat het schilddak van de uitbouw middels een lage doorgang onder zadeldak is verbonden met het dak van de boerderij.
De boerderij heeft in de achtergevel, aan beide zijden van de koepelkamer een opgeklampt...
Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed/rijksmonumenten.info